• Moya De Feyter

Voetsporen

Mijn ouders zijn geen geheel. Het valt niet voor te stellen dat

ze elkaar ooit hebben aangeraakt. Mijn hele leven al kijken ze

mijn kant op met wisselende verwachtingen. De ene van links,

de andere van rechts.

Ik vertel hun dat ik graag met iemand zou opgaan in een

geheel. Dat ik niet bang ben om mezelf te verliezen. Dat er wat

mij betreft wel wat verloren mag.

Hun ogen worden groot en donker. Ze vallen uit hun kassen,

stuiteren over de straten. Hun lichamen blijven achter, leeg maar

eensgezind.



uit: Een heel dun laagje