• Antony Samson

uitgeput door beloften


Dit is de zucht van een voorbijgangster. Een lauwheid die in één klap de

warmte en de kou verdrijft. Deze vrouw zucht met de extreme nonchalance

van iemand die uitgeput is door beloften, die verveeld wordt door passie,

die zich niet meer laat verrassen door het toeval. Het is laat op haar

huid. Maar binnen in haar trilt alles zachtjes, met het soort adem die

nadert zonder dat je mond de hoop verliest.


Carl Norac


uit: Métropolitaines (2003)

vertaald door Hilde Keteleer in de bloemlezing Beeldenraper uit 2021.




Roer peilt in deze reeks naar de smaak van de reizigers.

Antony Samson licht zijn keuze toe en sluit aan met dit weerwoord



Ik heb gekozen voor een gedicht van Carl Norac omdat hij voor mij een grote ontdekking is sinds de verschijning van zijn bloemlezing Beeldenraper, vertaald door Hilde Keteleer. In de bundel Métropolitaines uit 2003 observeert Norac nietsvermoedende pendelaarsters in de Parijse metro. Hij schenkt mij als lezer niet enkel prachtige - vaak sensuele - beelden, hij deelt ook zijn impressie van de gevoelswereld achter de façade van de voorbijgangsters. Het is niet zomaar een opeenstapeling van mooie beelden, want dan zou ik spankracht missen. Ook de contradictie tussen het vluchtige van de metro en de gelaagdheid van deze (proza)gedichten vind ik knap. Alsof de dichter de vrouwen in zijn vizier even bevriest om ze dan nader te bekijken en te besnuffelen.


Het gedicht uit Métropolitaines dat ik gekozen heb, vertelt mij meerdere zaken. Op anekdotisch niveau zie ik in Le Métro een voorbijgangster die zucht en niet veel vreugde uitstraalt. Misschien holt ze zichzelf voorbij? Of heeft ze té veel teleurstellingen moeten verwerken in de grootstad? We hebben er het raden naar. Ik zie in ieder geval een vrouw die een uitgebluste indruk geeft. Iemand die lijkt te berusten in de dagelijkse sleur en die het vermogen ontbeert om de dag te plukken. Toch ontwaart de dichter hoop, want ‘binnen in haar trilt alles zachtjes’. Misschien maakt ze gewoon een moeilijke dag door of houdt ze haar passie koest voor een later moment. Of staat ze toch voor een kantelpunt in haar leven?


Het verhaal van deze Parisienne is uiteraard geen alleenstaand geval. Het is herkenbaar voor vele mensen, overal ter wereld. Norac kaart het maatschappelijk probleem van de ratrace aan. We lopen onszelf voorbij om: een bepaalde status te bereiken, aan verwachtingen te voldoen, onze lening of huur te kunnen afbetalen enzovoort. Ook twintig jaar geleden, wanneer deze gedichten werden geschreven, was dit een relevant thema. De hoop op het einde van dit gedicht wijst ons erop dat het nooit te laat is om er iets aan te (proberen) doen.


De vorm van deze tekst doet niet vermoeden dat we een gedicht lezen. Toch is dit pure poëzie met de bladspiegel van een kortverhaal. Een prozagedicht dus, en dat vind ik heel erg passen bij de opzet van Métropolitaines. De observaties en bijbehorende gedachtegangen lezen als poëtische flitsverhalen. De doorlopende tekst past bij het vluchtige van de metro. Er is geen tijd voor witruimte in de ondergrondse haast aan een perron in Parijs.