• Roer

Tekortschieten met stijl

In gesprek met Tania Verhelst


Over typische gebaren en gebrekkige woorden


Naast dichter, schilder en pianist ben je ook psycholoog. In 2019 werd je verkozen voor het programma Vers van het Mes als ‘jonge belofte’. Ondertussen ben je ook gedebuteerd met de bundel Twee Helften en ben je ook stadsdichter van Brugge. In een vacature zouden ze jou wellicht een creatieve duizendpoot noemen of een witte raaf. Vind je het belangrijk om verschillende sporen te volgen? Wat is het raakvlak tussen de verschillende domeinen?


Er is zeker een raakvlak. Het gaat om iets niet kunnen vatten/ begrijpen en het verlangen om daar uitdrukking aan te geven. En dat lukt niet of nauwelijks maar is tegelijk de drive om het steeds opnieuw te doen. Ik verbeeld me dat zingen mij de ultieme verlossing zou brengen. Gelukkig kan ik niet zingen, want wat zou ik na de ultieme verlossing doen?

Het begrip poëzie kan je wel op duizend manieren omschrijven. Drie voorbeelden.


Poëzie komt pas als je er op wacht zonder nog te wachten. - Herman De Coninck Poëzie is geen tijdelijk onderdak, poëzie is kost en inwoning. - Gerrit Komrij Poëzie is achteruit luisteren en vooruit zien. - Remco Campert

In welke uitspraak kan je je meer of minder vinden?

In die van Gerrit Komrij herken ik mij het beste: poëzie is noodzaak. Maar de uitspraak van Campert intrigeert me. Ik heb vaak het gevoel dat taal het meeste tot zijn recht komt in poëzie, en dat we taal tekort doen in ons ‘gewone spreken’. Zoals je een viool zou gebruiken om vuur mee te maken in plaats van er op te spelen.

Hoe omschrijf je zelf (goede) poëzie?

Poëzie is tekortschieten met stijl.


We belichten drie gedichten uit jouw werk.


Schets voor een vleugel

Bomen werpen hun vruchten af

iemand kruist je geslacht aan

Schets voor een vleugel noemt handen. Handen die troosten en linten doorknippen, handen die hunkeren en applaus geven. Veelzijdige handen. Wat geeft handen vleugels?


Het is geïnspireerd op een vers van Pessoa (‘al je gebaren zijn vogels’). Het is iets bijzonder, die taal van de handen. Niemand leert het je, maar automatisch ga je allerlei gebaren maken bij het spreken. Een tijd geleden nam ik deel aan zenretraites waar niet werd gesproken. Ik vond het een fascinerende manier om mensen te leren kennen aan de hand van hun houding, de gebaren die ze maken. Het is vaak verfrissend als het ruis van het spreken wegvalt, alle ‘blabla’. Dan vallen gebaren en ‘manieren van doen’ des te meer op: hoe iemand knielt, zit, zich voortbeweegt. Je kunt niet ‘liegen’ met je gebaren en ze zijn hoogstpersoonlijk. Begin dit jaar nam ik deel aan de open call van ‘motus mori’ waar men gebaren inventariseert en ‘stockeert’ zoals je met schilderijen doet in een museum. Een aantal dansers maken dan een ‘gebarenportret’ van je, en daaruit voortvloeiend een choreografie van jouw typische gebaren. Een jaloersmakend goed idee vond ik dat.

We lichten twee regels uit het gedicht iemand kruist je geslacht aan


iemand kroont je tot aas, kust je tot vrouw

maakt van jou een ander waarop je hart klopt voor twee

Qua contrast kan dat tellen. Gekroond tot aas. Worden vrouwen ondergewaardeerd? Vrouwenrechten komen de laatste jaren meer op de voorgrond. Gevallen van grensoverschrijdend gedrag halen regelmatig het nieuws. Hoe sta je daar zelf tegenover?


Ik had het niet zo genderspecifiek bedoeld; ik had evengoed kunnen schrijven: ‘- kust je tot man’. Misschien was dat wel beter geweest. En ‘waarop je hart klopt voor twee’. Dit gedicht speelt met het beeld van kaarten, waarop de koning, de vrouw en de boer zichzelf weerspiegeld zien, maar dan enkel de bovenste helft. Maar het zinspeelt ook op het gegeven dat je iemand wordt door de ander. Ik hou ervan om verschillende werelden tegen elkaar uit te spelen. In dit geval het symbolische systeem van een kaartspel en het gegeven om een man of een vrouw te zijn. En ja, over man/vrouw valt veel te zeggen, maar ik beperk mij tot het volgende: ik denk dat we veel te lang te clichématig over mannen en vrouwen hebben gedacht (inderdaad: ‘mannen komen van Venus en vrouwen van Mars’) en ik juich graag alle pogingen toe die de nauwe vakjes ‘man’ ‘vrouw’ wat willen oprekken, verruimen (in plaats van de vakjes te behouden en almaar nieuwe vakjes te creëren). Er gaat nu veel aandacht naar vrouwen maar misschien hebben vooral mannen een emancipatiebeweging nodig. Dat ze ook mogen zeuren, bemoederen, zich maquilleren, een rok aantrekken als ze daar zin in hebben en dat ze daarom niet minder ‘man’ zijn. En natuurlijk zal het woord nooit de lading dekken. Lacan zei het al: ‘la femme n’existe pas’. Of Magritte: ‘ceci n’est pas une pipe’. Bij gebrek aan iets anders, moeten we het nu eenmaal met onze gebrekkige woorden doen.


Een fragment uit het openingsgedicht van jouw nieuwe bundel U kunt uw lichaam hier achterlaten.


ik ben een mens ik heb geen naam dan alle namen die mij heten

Ik ben het blad van een boom dat zijn kruin is vergeten.


Wat is het ‘belang’ van een naam? In zekere zin zijn woorden ook namen van begrippen en dingen, het tastbare en het ontastbare? What's in a name? That which we call a rose, by any other name would smell as sweet. (uit Romeo And julia) Doet het er toe welke namen we geven aan de mensen en de dingen?

Voor alle duidelijkheid: het eerste vers is van Pfeijffer en dat heb ik er ook bijgeschreven: het citaat wordt ingeleid door: ik prevel Pfeijffer:....


Doet een naam er toe? Nee, eigenlijk doet het er niet toe. Poëzie is voor mij ook een oefening om de relatie woord-ding wat losser te krijgen. In de psychologie spreekt men van ‘fusie’ als je woorden teveel aan de dingen plakken of als je zelf teveel aan de dingen plakt. je kunt daar heel ongelukkig van worden. En er bestaan helaas nog altijd geen instant middelen om die lijm op te lossen.

Een ander fragment


bomen werpen hun vruchten af als onvoorspelbare moeders

en wij benijden hen voor het verlies aan gewicht

De bomen baren een meerling. Onvoorspelbare moeders. Moeders bevallen in een verloskamer. In jouw gedicht worden ze verlost van een gewicht. Het woord ‘gewicht’ kan je hier niet letterlijk lezen. Worden de moeders (afgezien van de kilo’s die ze afvallen) lichter na de geboorte? En zo ja, kan je dat omkeren? Worden moeders zwaarder van ongeboren kinderen?


Dat zal voor elke moeder anders zijn. Elke uitspraak over een ‘groep’ is in wezen een onmogelijke. Tenzij je in het onbestaande gemiddelde gelooft. waar de ene moeder lichter van wordt, zal de andere net zwaarder van worden. Poëzie is geen plek om een of andere waarheid te claimen, het is een vrijplaats voor schoonheid en experiment. Bij deze ging het mij vooral om het beeld van bomen die ‘bevallen’. En dat dat vnl. uit ‘vallen’ blijkt te bestaan.

In dialoog


Wanneer je erop uittrekt om te gaan schilderen probeer dan alles wat je ziet te vergeten, een boom, een huis, een veld of wat dan ook. Denk alleen: hier een blok blauw, daar een rechthoek roze, daar een streep geel en schilder het precies zoals het er voor jou uitziet, de exacte kleur en vorm.


Devant vous un arbre, une maison, un champ ou quoi que ce soit. Pensez seulement à ceci: voici un petit carré de bleu, de rose, un ovale vert, une raie jaune et peignez exactement comme ils vous apparaissent. - Claude Monet


Herken ik. Ik herinner mij dat het een halve revelatie toen ik ‘ontdekte’ dat een mensenhoofd niet ‘recht’ op zijn ruggengraat staat, maar gekanteld. Dat kun je zien aan de kaaklijn; die staat schuin. ik vermoed ook dat onze taal schatplichtig is aan het ‘foute’ zien. De zee is niet blauw. Druiven zijn niet blauw. En zogenaamd blauwe ogen zijn meestal ook niet blauw. Dat mensen überhaupt elkaar min of meer verstaan, mag eigenlijk een wonder heten.


“Art is the child of nature in whom we trace the features of the mothers face.”

― Henry Wadsworth Longfellow


hmmm, dat kan alleen van een moederskindje komen


Wat ligt er nog voor de boeg in 2022?


Mijn tweede bundel bij De Zeef: U kunt uw lichaam hier achterlaten. Voor geïnteresseerden: 22 mei in de De Snuffel, 11h, graag vooraf reserveren naar tania.verhelst@gmail.com.


interview: Wim Vandeleene