• Frederik Lucien De Laere

Opabinia

In gesprek met Frederik Lucien De Laere


Over geelgerande watertorrren en stekelbaarzen, het intelligente virus, de aarde als huis, de blauwdruk van verdwenen soorten, opgedrongen amusement en het neutrale standpunt van een verteller.


In jouw laatste bundel Opabinia richt je je op de uitgestorven en bedreigde diersoorten. De soort waarnaar de titel verwijst ‘de opabinia regalis’, een fossiel zeedier met een klauw aan een slurf, spreekt tot de verbeelding. Wat heeft er jou toe aangezet om deze bundel te schrijven?


Opabinia regalis is een alienachtig wezen waarvan fossielen gevonden zijn in de befaamde ‘Burgess shale’ en dat wetenschappers voor raadsels stelt, het hoort in geen enkele categorie thuis, een metafoor voor mezelf als dichter (lacht). De bundel is een aanklacht tegen het inkrimpen van de wereldwijde biodiversiteit en is tegelijk een ode aan de schoonheid en complexiteit van de natuur. Ik denk dat ik als kind en als jongere de ware aard van de natuur heb leren kennen. Ik observeerde – op niet-schoolse wijze- inheemse onderwaterdieren in een aquarium, zoals geelgerande watertorren, libellenlarven, waterwantsen, stekelbaarzen…, een fascinerende biotoop waarnaar ik uren kon zitten staren. Als enig kind was ik veel alleen en bestudeerde die wezens vanuit een onbezoedelde spontaniteit, hierdoor leerde ik ook het amorele van de natuur kennen, de wreedheid en de vraatzucht. Ik kweekte ook spinnen in bokalen. Het kon niet anders of dit zou in mijn poëzie later opduiken. In mijn debuut ‘Paniek in het circus’ komen ook al gedichten voor over dieren die wraak nemen op de mens.


Aan het einde wordt de Homo sapiens (een late soort in de evolutie) zonder omwegen beschimpt, beschuldigd en berecht. Aan de andere kant is de bundel ook een lofzang op de (bedreigde) biodiversiteit. Hoe zie jij het evenwicht tussen mens en natuur (alle andere soorten)?


Mens en natuur leven altijd al op gespannen voet. Behalve sommige inheemse volken misschien, die op zoek gaan naar harmonie met de levende wezens in hun biotoop. We zien nu de gevolgen van de verstoorde relatie. Het is geen toeval dat we nu te maken krijgen met een pandemie. Hoe meer de mens doordringt in kwetsbare ecosystemen, hoe groter de kans op contact met een virus dat het lichaam niet (her)kent. Ik zie de natuur ook als een zelfregulator: wanneer het evenwicht is verstoord wordt ingegrepen door een hogere macht, een orde als het ware. Het coronavirus is duidelijk intelligent. Het past zich aan om te overleven, en verandert van vorm. Fascinerend ook dat het virus zijn pijlen onder meer richt op nertsenkwekerijen en de vleesverwerkende industrie. Wij hebben niet het laatste woord, wij moeten ons schikken, in nederigheid. Het gevoel van nietigheid ervaren we als we naar de sterren kijken. We beschouwen onszelf als superieure wezens, dit is er blijkbaar ingebakken door religie, wetenschap, traditie… maar misschien beheersen wij het leven op aarde niet maar mieren, ratten, kwallen, bacteriën, virussen, … Het leven in de oceanen, twee derde van de oppervlakte van de planeet, is voor een groot deel nog onbekend terrein.


In België zou de biodiversiteit volgens de 'living planet index' sinds 1990 terug stijgen met 0.2% per jaar, wat neerkomt met een stijging van 5.7 procent in 30 jaar. Maar wereldwijd gaat het nog fors achteruit. 1 miljoen soorten worden bedreigd. Wat ligt volgens jou aan de basis? Hoe vat je de huidige toestand samen? Is dit alarmfase 3 van het rampenplan of valt het wel mee?


Door de gigantische bevolkingstoename sinds de industriële revolutie oefent de mens steeds meer druk uit op de planeet. In dit verband verwijs ik naar het boek ‘The world without us’ van Alan Weisman, een interessante schets van hoe de wereld er uit zou zien wanneer de mens wegvalt. Overal waar de mens verdwijnt zien we een heropbloei van de natuur, als een opstoot. Soorten sterven uit, en nieuwe soorten ontstaan ook door evolutie. Het is moeilijk te voorspellen waar het naartoe gaat. Niemand heeft het ‘plan’ van de natuur al kunnen achterhalen of doorgronden, misschien heeft de evolutie simpelweg geen doel, en schiet het maar raak. Maar de mens heeft wel impact. Wanneer de mens het ecosysteem waarin hij leeft vernietigt wordt hij uiteraard ook zelf bedreigd met uitsterven. Er zijn trouwens al mensensoorten uitgestorven in het verleden, wij homo sapiens zijn de enige overblijvende soort.


Voor welke uitdagingen staan we vandaag? Hoe kunnen we voorkomen dat onze stranden bevolkt worden door miljoenen kwallen bijvoorbeeld? Wat is het belang van die diversiteit voor ons?


De mens is onlosmakelijk verbonden met het ecosysteem waarin hij leeft. De aarde is ons huis. Kijk maar hoe moeilijk het zou zijn om op andere planeten in ons zonnestelsel te overleven. Die pogingen daartoe zijn trouwens pure hybris, er volgt wellicht nog een straf (lacht). Bill Gates wil nu het zonlicht op een kunstmatige manier afweren om de opwarming van de aarde tegen te houden: wat een onzin, en wat een gevaar. Dit is het zoveelste vertoon van arrogantie, alsof wij de hemellichamen kunnen bedwingen. Hoe meer we van de natuur begrijpen, hoe meer vragen er komen. Dat is het tragische van de wetenschap. We worden telkens weer geconfronteerd met onze beperkingen en onze eindigheid. Ik denk dat we moeten uitgaan van het idee dat wij kwetsbaar zijn en onszelf zien als deel van het geheel.


Je noemt de bedreigde soorten bij hun latijnse namen en beschrijft hun eigenschappen als een dichtende natuurwetenschapper. Aan de andere kant is de mystiek nooit veraf. Het contrast tussen wetenschap en het spirituele. Dat werkt wel, vind ik. Neem nu de hippotragus leucophaeus, ook wel de blauwbok genoemd.


Van ver herkende men uw blauwe schijn

verschijning van een sierlijk-goddelijk dier

dat zich wentelde in bloemenweelde.

Het waren uw horens

spiralen naar een spirituele wereld

die de toeschouwer aanreikten

een torenhoog verlangen:

de wens om even u te zijn

in uw huid te kruipen.


Wat maakt de uitgestorven soorten bijna heilig?


We kunnen niet anders dan verwonderd zijn door en bewondering hebben voor de schoonheid van de natuur. Als we dieren en planten uit heden of verleden bestuderen worden we geconfronteerd met onze eigen imperfectie. De natuur wordt trouwens veelvuldig geïmiteerd in allerlei toepassingen. De oude Egyptenaren vergoddelijkten dieren, en waren ook uitermate gefascineerd door het mysterie dat in het dier vervat zit. Als dichter heb ik mij proberen in te leven in de uitgestorven of bijna uitgestorven diersoorten. Het Latijn is een uitgestorven taal maar leeft ook nog voort in onze moderne talen, net zoals de blauwdruk van de verdwenen organismen zich in ons verderzet.


Je spreekt hen ook aan met Gij en U. Waardoor het wat bijbels klinkt. En er sluipt zelfs wat oud Nederlands in de gedichten. Zoals bij de Dusicyon australis of de Falklandwolf.


Gij herkende de mens

die hier voet aan wal zette

als trouwe bondgenoot

maar hij was niet op u gesteld

zelfs al blafte gij als een hond

en huilde gij niet.


Gij werd gekloot om wie gij waart,

gedood om uw vel. Gij doodde nochtans

geen schapen maar groeft enkel met uw tanden

verloren relicten op

en cirkelde vervaarlijk om soortgenoten.


Een dier dat door jagers om hun vacht werd opgejaagd en uitgeroeid. Wat is het vertelperspectief? Is God hier aan het woord? Een opperrechter?


Ik heb de Gij- en de U-vorm gebruikt in de gedichten omdat dit in deze context gewoon veel beter klinkt. Deze vormen kun je als oubollig of archaïsch beschouwen maar worden in Vlaanderen nog veelvuldig gebruikt, in de spreektaal met name. Het vertelperspectief is dat van de alwetende verteller, de dichter neemt een neutraal standpunt in en registreert. Het is ironisch en tegelijk schrijnend dat de mens zich wil kleden met het vel van een dier dat hij aan het uitroeien is. De tijd zal het uitwijzen of de mens op deze planeet nog een toekomst heeft, als puntje bij paaltje komt. Mogelijk verdwijnt de soort niet, maar gaan beschavingen ten onder en maken die plaats voor nieuwe, een recurrent gegeven dat door natuurlijke oorzaken of door de mens zelf kan worden veroorzaakt.


Ik geef enkele citaten waarop jij spontaan mag reageren.


'You could never convince a monkey to give you a banana by promising him limitless bananas after death in monkey heaven.' ― Yuval Noah Harari, Sapiens: A Brief History of Humankind


(zingt) “if the man is five, then the devil is six, then God is seven, this monkey’s gone to heaven” (Pixies)


'Culture tends to argue that it forbids only that which is unnatural. But from a biological perspective, nothing is unnatural. Whatever is possible is by definition also natural. A truly unnatural behaviour, one that goes against the laws of nature, simply cannot exist, so it would need no prohibition.'

― Yuval Noah Harari, Sapiens: A Brief History of Humankind

Moraliteit is des mensen, de natuur is amoreel. Wanneer de mens erin zou slagen zichzelf te vernietigen, dan is dit ook een natuurlijke zaak.


Every individual matters.

Every individual has a role to play.

Every individual makes a difference.

Jane Goodall


Wat betekenen het individu en de individuele vrijheid in deze tijden nog? Hoeveel vrijheden hebben we al opgegeven en zullen we nog moeten opgeven? We zien wereldwijd een afkalving van de democratie en een toenemend collectivisme. Sociale media versterken de kuddegeest en zorgen voor toenemende polarisatie. AI controleert de massa. Deze evolutie is al lang voor de pandemie aan de gang en wordt door de pandemie versterkt. Brave new world, here we come. De oorlogsdreiging is nog nooit zo groot geweest.


1992 was een historisch jaar voor natuurbescherming. In Rio de Janeiro, Brazilië, ondertekende de grote meerderheid van de landen een overeenkomst om de biodiversiteit op aarde te beschermen. De ‘Convention on Biological Diversity’ (CBD) of het Biodiversiteitsverdrag was geboren. Intussen is 2020 aangebroken en voelt iedereen aan dat de doelen niet bereikt zijn. Het lijkt een beetje op het verhaal van het klimaatakkoord van Parijs? Wat leid jij daar uit af?


Het zal moeilijk blijven om doortastende maatregelen te nemen zolang de mens zijn hang naar welvaart en zijn consumptiepatroon niet wijzigt. De Britse demograaf Thomas Malthus had eind 18de eeuw al ingezien dat er grenzen zijn aan de groei en dat de druk op de planeet niet ongelimiteerd kan worden opgevoerd. Er moet steeds meer energie geproduceerd worden. De economie moet groeien. Stilstaan is achteruitgaan, dat is het adagium. We worden overstelpt met banaliteiten en het plat amusement wordt ons opgedrongen. Kritische stemmen worden geweerd, doodgezwegen, gemarginaliseerd. Maar ja, de wijsgeren in het oude Rome zeiden dit ook al. Bovendien blijven we zitten met het probleem van overbevolking, maar dit blijft een groot taboe. Wijlen Etienne Vermeersch heeft het ethisch-ecologisch probleem eerder aangekaart in zijn boek ‘De ogen van de panda’.


Over naar de poëzie. Jij maakt meestal conceptbundels. Jouw vorige bundel 'in uiterste staat' ging over mensen in extreme situaties. Sommige dichters schrijven over zichzelf, andere over de wereld. Zonder er verder omheen te draaien. Waarom gaat het zelden of nooit over jou (ik)?


Ik hou van concepten en totaalkunstwerken. Zo hebben de rockalbums ‘Dark side of the Moon’ en ‘The Wall’ van Pink Floyd op mij een grote impact gehad. Enerzijds is het schrijven van een conceptbundel moeilijker omdat je vastgeklonken zit aan het thema, anderzijds is het ook verrijkend en inspirerend om naar een bepaald geheel toe te werken. Ik wil niet pretenderen vernieuwend te zijn, maar ik schrijf geen mainstraim poëzie. Mijn onderwerpen zijn vaak niet des dichters. Dit maakt het voor mij net spannend. Ik vind het interessanter om als dichter afstand te nemen van mijn eigen persoon dan over mijn eigen zieleroerselen te pennen. Alhoewel, dat lijkt misschien zo op het eerste gezicht. Elk schrijven bevat een autobiografische kern.


Van de poëzie heb je duizenden definities. Zoals deze van Robert Frost. “Poetry is when an emotion has found its thought and a thought has found words.” (Robert Frost) Wat is jouw persoonlijke definitie van poëzie? Anders gezegd. Stel dat een gedicht een gerecht was, wat zou jouw recept zijn?


Het dichten is voor mij niet louter uiten van emoties maar eerder een reveleren van het onderbewuste, van een diepere universele waarheid, als een goudader die wordt aangeboord of een sjamaan die in trance een visioen krijgt. Gedichten onstaan bij mij ook door de werking van de taal zelf, in de unieke en eeuwenoude vorm van expressie die poëzie is. Om Gezelle te citeren: ‘Weg met u, penne, over ’t gladde papier, uwe eigene bane en uw land is ‘t!’

Een poëtica of een recept over hoe poëzie er moet uitzien heb ik niet en wil ik ook niet hebben. Ik heb zelf op basis van een aantal invloeden een eigen stijl ontwikkeld die ik weliswaar af en toe doorbreek. Ik schrijf ook poëtische monologen en teksten voor performances. Het is ook wel een karwei hoor, bij het dichten hoort schrappen, schaven, opnieuw beginnen… Elk woord moet op de juiste plaats staan. Voor mij is schrijven een pure noodzaak, een duivelse bezetenheid. Het is zelden een kwelling, eerder een bevrijding of catharsis. Ik streef ernaar om altijd maar beter werk te maken, en ga hierbij steeds radicaler tewerk. Een geslaagd gedicht leidt altijd tot euforie.


Wat ligt er nog voor de boeg?


Mijn volgend werk zal profetisch zijn en even wereldschokkend als het Roswell-incident.


Hartelijk dank


interview: Wim Vandeleene


Opabinia

uitgeverij Vrijdag

ISBN: 9789460017315


bestel

Frederik De Laere

steering_wheel-512_edited_edited.png