Omnia vanitas

De voorbijgangers


Tania Verhelst


mensen gaan voorbij, op zoek naar een land waar je nog tussen de schaakstukken kunt wonen

waar het stilleven nog niet verbannen is tot de rotonde van een schaal of de kooi van een etalage

al dan niet verlicht


mensen gaan voorbij, slenteren struikelen spartelen voorbij, slechts verbonden door muzak

of een grijsgedraaide Novastart: the best has yet to come en je vraagt je af wat the best is en waar yet ligt

waarom mensen zo onherroepelijk voorbij


waarom ze zichzelf herhalen in kinerderenenkinderenenachterkleinkinderenvankinderen

waarom ze niet kunnen houden (van) wat ze niet begrijpen

waarom geen enkele aankoop deze leemte vullen zal


uit: U kunt uw lichaam hier achterlaten

uitgeverij De Zeef



Panta Rhei. Alles stroomt. Alles wijkt en niets blijft. Niemand stapt twee keer in dezelfde rivier. Zelfs een berg verweert tot zand en gruis. Alles maakt deel uit van een kringloop, het stroomt en het keert terug. In dit gedicht komt daar nog een element bij: de leegte. Denk aan de Vanitas, een thema dat vaak opduikt in (oude) kunst. Een stilleven van schedel met de gedoofde kaars, zeepbellen, vergane boeken, de zandloper en het omgevallen glas. Het Latijnse woord Vanitas betekent zowel ijdel als leeg en ijl. Ook de mensen ontsnappen niet aan het proces. Ze gaan voorbij aan elkaar, de intimi, de verre vrienden, de vreemden. Geen twijfel mogelijk. Misschien verkeren sommige mensen nog in de waan dat ze blijven of hebben ze zich nog niet verzoend met de onbetwistbare wet dat allles en iedereen voorbijgaat maar dat doet geen afbreuk aan de stelling. In het gedicht van Tania Verhelst dagen ze op in een zoektocht naar een land waar je nog tussen de schaakstukken kan wonen. Naar de onbezette velden van het bord. Ik lees nostalgie naar open ruimte, nog niet verkaveld, een ruimte waar de betongieters en bekisters niet bij kunnen. Nostalgie naar een tijd die het stilleven niet herleid tot fruitschaal, de etalage als een kooi. Schaken is een machtspel, een verhouding tussen ongelijke stukken. Het stilleven van ruimte, het tegendeel van wat voorbijgaat. De stilstand wordt verbannen. Alles moet jagen. De dichter maakt gedachtesprongen. In de nieuwe bundel U mag uw lichaam hier achterlaten wordt meermaals verwezen naar de mens als verbruiker. Mag het iets minder zijn? zal je de slager om de hoek nooit horen vragen als een carnivoor een kwart kilo gehakt bestelt. Maar de dichter vraagt het wel. Mag het wat minder en trager. Tot we de stilstand bereiken, al dan niet verlicht. Met of zonder inzicht. In het Nirwana of met je beide voeten op de grond. Mensen gaan voorbij, herhaalt ze maar het voorbijgaan loopt niet van een leien dak, het stroomt in horten en stoten, ze slenteren struikelen en spartelen voorbij. Een miezerige en weerloze manier van bewegen. Slenteren en muzak doen denken aan het koopvee in drukke winkelstraten, struikelen veronderstelt een gebrek aan balans en spartelen is de motoriek van de drenkeling. Zie ons sukkelen. De (valse) hoop in dit gedicht komt van een grijsgedraaide hit van Novastar. The best has yet to come. Uit de context van dat nummer gerukt, wordt het sarcasme. Waarom en waaraan gaan ze onherroepelijk voorbij? Waarom herhalen ze zichzelf in hun nakomelingen. Hebben ze dan niets geleerd? Met de waarom vragen ben je altijd even zoet. Waarom kunnen ze niet houden van de vragen? Van wat we niet invullen met kopen? In dit gedicht hoor je geen filantroop zingen over de vooruitgang. Eerder is het een aanklacht tegen het verbruik, de leemte. Onze ijdele pogingen om die te vullen met meer van hetzelfde.


Wim Vandeleene