• Frederik Bosmans

nachtschade

1.


stoornis van razend slapen

wervelwind roept

de boktorren spelen ten dans

haast je voor de muziek stopt

de spiegeltent wordt bijna opgebroken


ik rits mijn schors dicht voor het vertrek

snorharen strijk ik brylcreemglad


wij giechelend de nacht in

trippelend langs het geurspoor

naar de rand van de bloeddorst

wat als we te laat zijn

waar dan de afgrond


de basbrom blijft jeuken onder onze bast

er brandt nog licht


2.


eindelijk de plotsklapse bebop

ingewikkeld lied van noppenfolie


we raken binnengepropt en lossen op

in tentakels rugzweet hop Monk

een dansvloer van gevulkaniseerd rubber


dieper en om ter smerigst zakken we

atonaal weg in de jazzbeat

naalden van toonladders

kanonskogel na kanonskogel stuitert

uit een contrabas, ik verstop ze

onder mijn middenrif, voor later


3.


wervelwind roept in mijn oor

ik wist dat de tocht voor geen goud te missen was

eindelijk een etmaal dat niet langer nachtschade brengt

in je hoofd alleen klaterend zaad


ik zeg hem – stop

kiezels in die vuurmond van jou

zuig het merg eruit en slijp ze

aan de wetsteen van je tong als een pepermuntje

spuw voortaan alleen nog waaiers napalm


zo geschiedt

daar sta ik door wind ontbladerd

ik leg kleurloos groene gedachten af en snuif


voor het eerst een nacht zo meervoudig

dat al het oude nooit meer zal volstaan


op het eind een zijspan dat me dagwaarts voert

mij een zorg dat de helft van het bed onbeslapen bleef