• Albert Hagenaars

Motet

Jacob Obrecht

Terug in Bergen-op-den-Zoom, ziek en berooid

en pissig door het onderdrukte gekir van de meid

uit het washok, de hoenderkreten bij het hakblok,

en het gedruppel in z’n zolderkamer.

Zijn oren sloten zich maar alles bleef maar malen

tot de pijnpunten elkaar raakten, spiraalden

en hij sidderde van koorts en genot.

Tussen de schotten en steigers dwong hij

de jongens van het koor in het gareel,

liet hij verbeten horen wat hij moest horen.

Na maanden ergernis zongen ze als de engelen

in zijn kortste nachten, zette het motet

stad, velden en Schelde in Latijnse gloed,

vulde het vervallen en nieuwe kerken, verbond

eeuwen, weerklonk tegen de gewelven

van de luisteraar thuis met de hand aan de knop,

die niet meer kon, niet meer mag draaien.

steering_wheel-512_edited_edited.png