• Lander Cornelis

Hades en Persephone

in de luwte van haar zwijgen

ligt een universum vast

het houdt een tijd van spijt gegijzeld

in een geest van gewijde damast

daar staan de werken van haar stilte

geheimzinnig ingekast

ze staan gesloten als een vesting

met hun ruggen naar hem toe

zij is een ingesloten schat

de beeldschriftuur die haar niet past

die in zichzelf zit vervat

met wetenschap aan ledigheid

volledig met zichzelf moe

zij weet soms dat hij iets verzint

een ander einde aan een begin

dat nooit gestalte kreeg voor haar

dat hij maar voor zichzelf hield

en of het hem ontstemt of niet

die in een onderaards gebied

zijn woordenvloed van roet voorziet

die uit zijn kwade mondhoeken slaat

daar smaakt haar verhaal zijn taal

de gal die door zijn denken maalt

want hij die zo zichzelf herhaalt

zonder dat hij wordt gehoord

hij die zijn eigen geluk vermoordt

omdat hij zo zichzelf haat

hij weet van haar te houden

in het harnas van zijn trouw

woekeren de boze rozen

in omgekomen doornen

verstrengelen zij haar dromen

die hij maar sloom ondervindt

hij is een prins van donkere rook

haar kreeftskeerkring alsook het spook

dat in haar blik verschijnt

waar hij het niet wil zien

haar zwijgen is van steen gemaakt

van witte marmer en van gras

en hij die altijd bij haar was

hij is vergaan tot stof en as

voorgoed bij haar vandaan


uit de reeks: Welkom in mijn onderwereld

steering_wheel-512_edited_edited.png