• Ingrid Strobbe

Het paard en de meeuw

In gesprek met Ingrid Strobbe


Over de mensenwensen van de fabeltjeskrant, de achterwaartse tijdreis, de aandacht van de lezer, het gedicht als daad van liefde en haar volgende bundel Giraffen.


Brem lijkt als een gele zoom naar Ninove.

In dit land van landschappen zijn zelfs mijn geiten

welkom op de tram, ik zet de katten bij de bel

en elk vals lied duw ik van hem af …


Dit fragment uit het gedicht boerentram naar Ninove roept nostalgie op. Dat woord komt zoals veel woorden uit het Grieks. Nostos = terugkeer en algos=pijn. Wat je voelt als je iets dierbaars kwijtraakt. Met welke ogen blik je terug op de jeugd?


Ook al heeft mijn jeugd zich niet afgespeeld in Ninove, ik kijk meestal met lede ogen naar mijn jeugd omdat die jeugd niet echt de mijne was. Het was wegens omstandigheden nodig om al op jonge leeftijd volwassen lasten te dragen. Dit gedicht is geschreven na een wandeling in Vlaams-Brabant. Het is een voorbeeld van feiten die ik combineer met fantasie.


Je verwelkomt zelfs de geiten op de boerentram, als op de ark van Noë. Wat is jouw relatie tot de dieren?


Mijn relatie tot de dieren is er een van aantrekken en afstoten. Een huisdier bijvoorbeeld zal ik aantrekken om er een relatie mee op te zetten, een spin zal ik eerder afstoten. Voor mij is het ook zoals in de fabeltjeskrant; want dieren zijn precies als mensen, met dezelfde mensenwensen, met dezelfde mensenstreken…


In de slotregel trekt deze tram een spoor naar voor, naar achter in archieven. In het geheugen kan je naar het verleden reizen. Wat maakt de achterwaartse tijdreis zinvol?


Een achterwaartse tijdreis is zinvol als je informatie nodig hebt over het leven van mensen die je voorgingen. Of om herinneringen op te dissen. Om te leren. Om niet te willen vergeten. Ik vind vooral het begrip tijdloosheid interessant omdat het zo ver van me af staat.


Op de schaal van toegankelijk / ontoegankelijk, neigen jouw gedichten eerder naar ontoegankelijk. Het is zeker geen waarde-oordeel maar het valt me wel op. Je legt lussen en kronkels in je taal en je vraagt iets van de lezer. Je laat je niet kennen?


Ik denk dat dat klopt. Ik vraag aandacht van de lezer. Ik houd ook van schrijvers die mijn aandacht vragen, die me niet alles uitleggen. Het mag spannend zijn.


Uit het gedicht Boulevard


de boulevard herkent geen sporen

geen geheugen heeft de strandbal


De bovenstaande regels bewijzen dan weer het tegendeel. Die zijn eerder toegankelijk en roepen vervreemding op. Alsof de dingen op zich staan en niet verbonden zijn. Je eindigt het gedicht ook met we zien het onze. Zien we alleen onze kant van het verhaal? Wat verbindt er ons en wat drijft ons uiteen?


Nee, ik denk niet dat we alleen onze kant zien/willen zien. Iedereen draagt natuurlijk een bril & het is interessant om je af te vragen welke bril de ander draagt. Wat ons kan verbinden, kan ons ook uiteen drijven. Vriendschap bvb. Of een gedeelde kindertijd.


Een fragment uit het gedicht Over de tong van HC Ten Berghe


De mond gaat open als een gouden doos,

de tong zwemt rond en zendt de woorden uit

bij tussenpoos


liefde en poëzie

worden altijd met lippen beleden


wat tussen kop en kont

als chemiese reaktie is begonnen

krijgt gestalte als het in een zin is uitgemond


Eén van de duizenden manieren om poëzie en liefde te omschrijven. Wat is jouw persoonlijke definitie van een gedicht?


Een gedicht is communicatie, geen eenduidige vorm van communicatie maar een vorm die uitnodigt (liefst) of verontrust of verhelderd of romantiseert. Een gedicht schrijven is altijd een daad van liefde. Lees mijn argumenterende meeuw en je komt uit bij de liefde van een meisje voor haar vader.


Kan je een favoriete dichter noemen? En wat maakt die dichter zo bijzonder?


Een favoriete dichter/gedicht heb ik niet. Er wordt zoveel moois geschreven. Peter Verhelst is toch een dichter die ik probeer te volgen omdat zijn werk de liefde en de kunst laat samenkomen. Liefde= kunst, lijkt hij wel te zeggen & dat is het ook. Liefhebben lijkt op kunst dezer dagen. Hij toont dat poëzie verwant is aan beeldende kunst. Dat boeit me enorm.


Tot slot het gedicht ‘argumenterende meeuw dat eindigt met de regels


verlangend naar een paard om te bestijgen

verlangend naar een meeuw op zee


jij had wellicht een zadel op de rug

ik nam wellicht een duikvlucht


Mooi slot. Twee vormen van verlangen. Het paard en de meeuw, symbolen van vrijheid. De herhaling van het woord ‘wellicht’ valt me hier op. Zo wordt het bijna voorwaardelijk en het maakt dat slot ook relatief. Het zou kunnen dat het zo gaat. Het had ook helemaal anders kunnen lopen. Alsof het er niet toe doet. Wat staat er bovenaan jouw haalbare verlanglijst?


Dit gedicht gaat over mijn vader & zijn afasie. Hij is het paard, ik de meeuw. Wat je zegt klopt: het doet er niet meer toe. Het verlangen met hem in gesprek te kunnen gaan werd opgegeven. Het verlangen om door hem geruggensteund te kunnen worden werd opgegeven. Het paard en de meeuw zijn staande beelden met elk een eigen beperkte vrijheid. Bovenaan mijn verlanglijstje staat het vergroten van mijn vrijheid.


Wat ligt er nog voor de boeg? Wat zijn jouw nabije en verdere toekomstplannen?


Na drie bundels in eigen beheer komt er weldra mijn bundel ‘giraffen'. Die titel legt een link met giraffentaal (u allen bekend) omdat gedichten voorbeelden zijn van geweldloze communicatie. Zouden we soms beter praten met elkaar via gedichten? Ja, soms wel, dat doet het geweld afnemen.


Hartelijk dank Ingrid


interview: Wim Vandeleene

Boerentram naar Ninove

Brem lijkt als een gele zoom naar Ninove. In dit land van landschappen zijn zelfs mijn geiten welkom op de tram, ik zet de katten bij de...

steering_wheel-512_edited_edited.png