• Wim Vandeleene

De rotonde om het hart

Puber


Ik denk dat ik verstedelijk vanbinnen.

Ik heb het opgezocht op het internet

en voldoe aan alle symptomen:


mijn braakliggende rug waar parkeerplaatsen komen

voor toeristen van buiten de stad, de oneindige stroom

van auto's op de as van kruin naar zuid.


Mijn vingers trekken en mijn benen,

het zijn mijn zenuwbanen, ze piepen

en knarsen als de sporen van de tramp.


Dokter, ik ben bang. Alles ligt open.


Ik dwaal rond, zoek naar herkenningstekens:

de bloemist op de hoek aan de afslag naar

mijn longen, of dat knooppunt in


mijn maag, maar overal heeft de bouwdrift

toegeslagen. Plots herken ik mijn

hart. Nieuw is de rotonde eromheen.


Mahlu Mertens

uit: Ik tape je een bed





Op de drempel van je volwassen staat, klop je niet zomaar aan om fluitend naar binnen te stappen. Eerst moet de puber de nodige ongemakken ondergaan, een offer brengen, de groeipijn doorstaan. Wat gaat er om in een jong lichaam? Hormonen maken je gek. In de overgang van meisje naar vrouw, van jongen naar man, voltrekt zich een metamorfose. Binnen heerst het tumult van een stad. Hoe de puber de symptomen onderzoekt, met de onzekerheid van een hypochonder. Het lijkt allemaal veel erger dan het is. Het lichaam wordt een drukbezochte bouwwerf. Op het plan ligt alles al vast. Je kan niet ontkomen aan de kwalen. Een rug wordt braakland. Het onophoudelijke verkeer. Zenuwbanen veranderen in knarsende tramsporen. Het lichaam ligt open als een werf. Angstaanjagend hoe je verandert. Wat wordt het volgende obstakel? De chaos dwingt de puber tot een zoektocht. Niet doelgericht, het neigt meer naar verdwalen. Ze (of hij) zoekt een baken, de bloemist op de hoek bijvoorbeeld. Je kent ze wel, de plekken in de stad die je verankerd hebt in het geheugen, waardoor je niet in lussen loopt en de weg terug vindt. Hoekpunten, knooppunten, kruispunten, keerpunten. De ruimtelijke meetkunde van een kaart. Maar in dit gedicht speelt de chaos zich onderhuids af, in de meest intieme zone die we kennen, in de organen. Een puber worstelt met onzekere vragen. Wie ben ik? Wat gebeurt er met dit lichaam? Deze geest? Onvermijdelijk kom je dan uit bij het orgaan dat het meeste aandacht opeist. Wat wordt het meest bezongen, waar wordt het meest omheen gedanst? De kracht die je niet kan ontwijken, waar je in een baan omheen draait, als een satelliet.


Wim Vandeleene