• Hilde Keteleer

Confiteor zonder god

Met jezus in je armen betrapt,

een rib geknapt, je hart verschoven

van geloven naar weten

hoe de echte dingen heten:


barricaden en verzetsdaden,

trappen naar macht en op het hart

van de al te zoetgevooisden, het gekooide

verlangen bevrijden en niet omkijken

naar dat hart, dat geknakte


van moeders die in soepen roerden

die met een hoofddoekje

te biechten gingen en de was

op het binnenkoertje ophingen.


Mea culpa mea maxima culpa –

kun je iets breken dat als een weke

slak een slijmspoor kringelt

om de harde feiten heen

om iets dat al verdween in de put


die stinkt naar mijn generatie

een dun dekentje en daaronder

die kleine jezus met wie je werd betrapt

wiens hart doornengekroond

zo lang in je heeft gewoond.