• Steven Van Der Heyden

Buiten zinnen

Losing our minds


In gesprek met Benno Barnard - Eddy Verloes - The river curls around the town



Hoe taal kan meanderen langs de oevers van verschillende kunstdisciplines, hoe er tussen bron en monding heel wat gemeenschappelijke grond ligt, bewijzen Benno Barnard, Eddy Verloes en The river curls around the town in hun totaalproject Buiten zinnen - Losing Our Minds.


Hoe een gelukkig toeval leidde tot internationaal bekroonde foto's, hoe een dichter er de juiste woorden voor vond die op hun beurt transformeerden tot spoken word en minimalistische luisterpop.


Kortom de perfecte symbiose tussen beeld, poëzie en muziek!




Eddy Verloes


In eerdere interviews zei je dat het toeval was, de idee om tijdens een stormachtige dag foto’s te gaan nemen aan de Belgische kust. In hoeverre gebruik je de rol van toeval in jouw werk en kan je dat toeval ook gericht inzetten? Zo ja, hoe toevallig is die rol van het toeval?


Zeer boeiende vraag om te starten. Toeval zouden we kunnen begrijpen als: iedere gebeurtenis die onbedoeld, ongericht of ongestructureerd het plaatsvinden van een andere gebeurtenis bepaalt. Ik vertrek dus bij het begin van de coronacrisis 2020 in zekere zin onbedoeld naar zee. Ik had dus niet de bedoeling daar chassidische Joden tegen het lijf te lopen. Zij kruisten daar per toeval mijn pad. Ik had wel de bedoeling om naar zee te gaan omdat het stormde en omdat ik weet dat er zich dan uitzonderlijke taferelen kunnen afspelen. Terwijl “(nood)lot” een ongelukkig toeval betekent, zouden we hier van een gelukkig toeval kunnen spreken, aangezien de ontmoeting met die groep jonge Joden een soort rollercoaster in gang heeft gezet die blijkbaar niet meer of toch moeilijk te stoppen valt. Het verloop van die rollercoaster zou je enigszins wél in de hand kunnen werken, maar die bewuste dag dat ik naar de Belgische kust werd gezogen en daar in een als het ware surrealistische film terechtkwam, kon geen mens voorspellen, tenzij ik weet zou hebben gehad dat zij daar waren, hetgeen niet het geval was.


Bestaat er voor jou in de fotografie iets als een “ lucky coincidence” , een “ lucky shot ”?


Het leven is één “lucky coincidence” voor mij. Die wereldwijd bekroonde serie “Losing Our Minds” van chassidische Joden is onverwacht, niet geënsceneerd, maar toch met een zekere gelaagdheid. Foto’s met verschillende verhaallijnen, die verschillende emoties en associaties kunnen oproepen. Er is wél een verschil met een “lucky shot”. Van het ogenblik dat ik me op het strand bevond samen met die jonge Joden in een soort eigen wereld realiseerde ik me dat ik in een uitzonderlijke, ongewone, ja zelfs bevreemdende situatie was beland en onmiddellijk groeide er het besef dat ik beklijvende en unieke foto’s zou kunnen maken die wel eens de wereld zouden kunnen verrassen. Vanaf dat ogenblik trachtte ik als het ware op te gaan in de omgeving zodat ik niet opviel in het geheel. Ik stelde vast dat zowel ik als de Joden in een soort van trance waren: ik omdat ik onmiddellijk de gelaagdheid van de foto’s (poëtisch, esthetisch, compositorisch, maatschappelijk, politiek…) inzag, zij omdat ze blijkbaar een beperkte tijd “uitgelaten” en vrij waren in de storm (van hun leven) aan de Belgische kust. Zij waren enerzijds in zichzelf gekeerd, probeerden één te worden met de almachtige omgeving van zee en duinen en zij straalden deze eenheid en verbondenheid ook uit. Anderzijds waren zij daar - evenals ik- als nietige, zwarte schimmen die opgingen in het grotere geheel. Zowel zij als ik waren deelnemer en observator van dit verbazingwekkende schouwspel. In die zin zijn de reeks foto’s die ik dan genomen heb geen “lucky shots”, maar heel doordacht. Ik probeer dan als fotograaf mee in hun verhaal op te gaan, zoek de – althans voor mij – juiste compositie, probeer in de mate van het mogelijke licht-en schaduwspel ten volle tot hun recht te laten komen. Op dat ogenblik kruip ik in mijn camera, ben ik niet technisch bezig met allerlei vernuftige snufjes (zoals bijvoorbeeld meervoudige belichting), maar focus ik op het schouwspel dat ik voor mijn ogen zie. De realiteit is té boeiend en té vergankelijk om ze – bij manier van spreken - technisch te verprutsen. Het beslissende moment is dus wezenlijk voor mij. Bijna onbewust druk je als fotograaf toch af wanneer je iets speciaals voelt. Ik ga dus op dat vlak niet akkoord met mijn collega-fotograaf Herman Selleslaghs, maar ik begrijp hem wel als hij zegt dat er niet zoiets is als het optimale moment. Een seconde later of twee uur later zou je volgens Herman dus ook een ideale foto op de lens kunnen vastleggen. Dat gold hier dus niet voor die aanwezigheid van de chassidische Joden op het strand, want hun verschijning was zeer tijdelijk van aard (slechts een uurtje) en nadien waren ze terug verdwenen met de noorderzon. Waar ik het wel met Herman eens ben, is dat je niet als een razige tien foto’s per seconde dient te nemen. Meer is niet altijd beter. Het juiste kader creëren is de kunst en dan afdrukken.


Waarop ligt de focus in je werk als fotograaf, wat vang je graag in jouw lens?


In mijn foto’s wil ik de realiteit proberen te be-grijpen met de mens als centrale, dikwijls nietige speler in het grote decor. Ik respecteer fotografen die het merendeel van hun tijd achter hun scherm zitten om zelf foto’s in elkaar te knutselen, veelal met een of ander bewerkingsprogramma, maar dit is niet zozeer aan mij besteed. Ik vind de realiteit méér dan uitdagend, humoristisch, tragisch en surrealistisch genoeg en hoef niet noodzakelijk zo’n knutselwerk. Als je je ogen de kost geeft, zie je dagelijks in je eigen omgeving genoeg beklijvende taferelen die sprekend genoeg zijn uit zichzelf.


Wanneer besef je “dit is iets meer” en had je dat gevoel meteen bij deze fotoreeks?


Dat is de vraag: wanneer heeft een foto “iets meer” ? Zijn daar algemene, “objectieve” criteria voor? Op basis van de inmiddels meer dan 30 awards in Europa en de VS die ik met de reeks “Losing Our Minds” van de chassidische Joden heb behaald, zou je kunnen stellen dat er wereldwijd algemene overeenstemming is dat mijn reeks, of althans bepaalde foto’s uit die reeks, net dat ietsje meer hebben waardoor ze telkens opnieuw in de prijzen vallen. Ik denk dat een fotograaf dit vrij snel beseft op het eigenste moment als hij die foto’s maakt. Althans dat was toch bij mij het geval. Ik zag onmiddellijk de gelaagdheid en de meerwaarde van mijn fotoreeks en wist dus dat ze in potentie “winners” waren, al is dit wellicht niet echt de juiste woordkeuze, hetgeen zou betekenen dat andere foto’s dan “losers” zouden zijn. Bij bepaalde – vooral lokale of nationale- wedstrijden zou je nog kunnen zeggen dat je “scoort” omdat je met je foto’s in de lijn “der verwachtingen” ligt van wat de jury graag ziet of dat je “scoort” omdat de jury jou genegen is. Van het ogenblik dat je internationaal telkens opnieuw hoge ogen begint te gooien, kan je enigszins vermoeden dat er andere, “meer objectieve” factoren een rol zouden kunnen spelen. En toch relativeer ik altijd opnieuw de keuze van de jury. Voor hetzelfde geld had ze misschien een andere foto als “winner” gekozen.


Er zit heel wat beweging in de foto’s, de wind heeft er vrij spel, legt een niet alledaagse wereld voor even bloot. Is alles beweging voor een fotograaf, of spreek je liever van momentopnames, willekeurig gesprokkelde indrukken?


Heel wat curatoren vinden dat mijn foto’s een filmisch karakter hebben, ze zouden als het ware (opeenvolgende) stills uit een film kunnen zijn. Het leven bestaat uit een opeenvolging van momenten die per definitie voorbijgaan. Via een beeld worden ze herinneringen die voor veel langere tijd bewaard blijven. Fotografie is dus magie: je kunt de tijd stilleggen, bevriezen voor altijd. In mijn reeks “Losing Our Minds” zie je zowel stilstaande, reflecterende beelden/Joden als uitzinnige, bewegende en uitgelaten beelden/Joden. Elke foto is een momentopname die op zichzelf kan staan, maar die – als hij in een opeenvolgende reeks wordt aangeboden – ook een grotere verhaallijn kan vertellen. Dat is het liefste wat ik doe: foto’s maken die verhalen vertellen en dat kan voor elk van ons iets anders zijn, afhankelijk van wat hij of zij in zijn of haar leven heeft meegemaakt.


Diezelfde wind zorgt voor een zekere speelsheid die mooi contrasteert met het dreigende, je zou kunnen spreken van een surrealistisch schimmenspel tussen figuren die uit een andere tijd lijken te komen en de gewone jongens die ze blijken te zijn wanneer ze voor even hun identiteit van zich afgooien. Voelde jij dit ook meteen zo aan?


Ik voelde wel meteen aan dat ik in een surrealistische wereld was terechtgekomen: er was de dreiging van de natuurelementen, de ongewoonheid van de situatie: de goegemeente verwacht bij manier van spreken Joden in het straatbeeld van Antwerpen bijvoorbeeld, maar niet op een stormachtige dag op een verlaten Belgisch strand waar je dan nog eens geconfronteerd wordt met enorme tegenstellingen, gaande van poëtische ingetogenheid en zelfreflectie tot een soort onorthodoxe uitgelatenheid. Ik voelde dus onmiddellijk de schoonheid van deze fladderende figuranten die even op het toneel kwamen om er al even snel van te verdwijnen. Ik denk dus niet dat ze hun identiteit hebben afgegooid. Integendeel zelfs. Ze konden hier perfect zichzelf zijn, zonder pottenkijkers die er in een grootstad permanent rondlopen. Alleen ik was de enige “stoorzender” op het strand, maar daar bleken ze geen aandacht aan te besteden, want ze waren de hele tijd in trance en volledig zichzelf. Het contrast kon niet groter zijn met mijn bezoek enkele weken tevoren aan Aalst Carnaval waar de Joden voor de zoveelste keer op een stereotiepe manier werden “tentoongesteld”. De speelse ongedwongenheid op het Belgische strand stak schril af tegen de platte en banale enscenering in de ajuinenstad.


Je zou kunnen stellen dat de foto’s als het ware een werkelijkheid buiten zichzelf creëren. Was dit meteen ook de inspiratie voor de titel “Buiten zinnen”?


Je zou inderdaad de fotoreeks als een soort wereld op zichzelf kunnen beschouwen: een Nieuwe Wereld waarin alles mogelijk is, een wereld die hoop en blijde verwachtingen uitstralen, reflecties over hoe we in deze coronatijden met elkaar en Moeder Natuur omgaan. De oorspronkelijke titel van de fotoreeks was “Losing Our Minds” : de mens die in deze bizarre, maar uiterst boeiende periode soms wel eens zijn verstand verliest omdat hij in een ongekende, stormachtige situatie terechtkomt die nieuw en uitdagend is voor hem. Angst probeert hem te overmeesteren, hij verstijft, begint te reflecteren over de wereld en over de straf die Moeder Natuur naar ons stuurt. Wij zijn te lichtzinnig omgegaan met onze Moeder Aarde, hebben te veel van haar geëist in ons egoïsme. Bezinning en reflectie zijn op hun plaats. Precies wat deze fotoreeks allemaal in zich heeft. Het is dan ook niet toevallig en zeer terecht dat Benno Barnard de titel “Buiten zinnen” heeft gekozen voor zijn bundel gedichten die hij bij mijn foto’s heeft geschreven. Ik was onmiddellijk verkocht als hij deze titel aan me voorstelde.


Ondertussen reisden jouw foto’s de wereld rond, werden ze bedolven onder internationale prijzen. Had je zo’n impact kunnen vermoeden?


Ik heb geen glazen bol uiteraard en wil die ook niet. Wat ik wél wilde, is dat ik deze reeks foto’s zou indienen in internationaal gerenommeerde wedstrijden om te zien of ze de test zouden doorstaan, hetgeen dus blijkbaar gelukt is. Dat het in zo’n sneltreinvaart zou verlopen, kon niemand voorzien. Als je binnen het jaar zowel “Travel Photographer of the Year 2020” (People of the World) als de Siena Creative Photo Award 2021 (Open theme) wegkaapt, had ik natuurlijk in mijn stoutste dromen niet verwacht.


Kan je iets meer vertellen hoe de verdere samenwerking tot stand kwam dat geleid heeft tot “Buiten zinnen”, het totaalproject dat woord, beeld en muziek onlosmakelijk met elkaar verbond.


Alles is gebaseerd op “toeval”, een rode draad die door heel dit totaalproject loopt. Kort samengevat: Toeval dat ik in de late winter 2020 naar zee trek en daar die chassidische Joden tegen het lijf loop in uitzonderlijke weersomstandigheden, (berekend) toeval dat ik wereldwijd scoor met deze reeks foto’s en dat de Joodse gemeenschap via de pers op de hoogte komt van mijn awards en mij vervolgens in contact brengt met de bekende Nederlandse dichter Benno Barnard, niet toevallig minnaar van de Joodse cultuur die in de wolken is over mijn foto’s en er gedichten in het Nederlands en nadien ook in het Engels bij schrijft. Toeval dat Bart Bekker, muzikant bij “The river curls around the town” mij kort nadien contacteert omdat hij een foto van mij wenst voor zijn nieuwe cd waarbij ik hem vertel dat ik met een project bezig ben met Benno waarop Bart me voorstelt om de Engelse gedichten van Benno op muziek te zetten hetgeen door Benno, maar ook door mezelf bijzonder gesmaakt wordt. Kort daarna krijgt het boekingskantoor Rumoer uit Antwerpen weet van ons totaalproject en is bijzonder gemotiveerd om dit naar de culturele centra te brengen in 2022/2023 waarbij Geert van Istendael, schrijver-dichter en voormalig VRT-journalist als gastheer zal optreden om alles in goede banen te leiden.


Zijn er nog verdere plannen met het boek?


De eerste oplage, prachtig uitgegeven door Poëziecentrum Gent, haalt al 2000 exemplaren hetgeen uitzonderlijk is. Hoe het verder zal verlopen, zal afhangen van wat er zich allemaal in 2021/2022 op ons pad zal begeven. De bedoeling is van niet alleen het Vlaamse en het Nederlandse publiek aan te spreken, maar ook internationaal te gaan. Vandaar de Engelse gedichten. Misschien volgen er nog vertalingen naar andere talen, maar dit is voorlopig nog koffiedik kijken. Laat het toeval maar beslissen.



Benno Barnard


U wordt vaak omschreven als een “ minnaar van de Joodse wereld”. Kan u dat wat meer toelichten voor ons?


--Ik beschouw de Joodse cultuur als de diepzinnigste bron van de westerse cultuur in het algemeen. Zonder Joods denken bestond ons grootste collectieve verhaal niet; zonder Joden hadden we nooit zo dialectisch leren denken (“Twee Joden, drie meningen”); zonder Joodse schrijvers en wetenschappers waren we half zo beschaafd en twee keer zo barbaars.

Toen Eddy Verloes vroeg om gedichten bij zijn foto’s te schrijven, was u meteen gewonnen voor het idee? Wat trok u vooral over de streep?


--IJdelheid. Het was duidelijk dat dit unieke foto’s waren en dat mijn medewerking mijn eigen roem zou vergroten. Een ernstiger antwoord luidt dat zijn fotografie me inspireerde om allerlei Joodse onderwerpen in gedichtvorm te behandelen.

Uw woorden verschijnen in de foto’s, de beelden liggen op hun beurt ingesloten tussen de woorden. In hoeverre was het belangrijk voor u om woorden te schrappen, zinnen in te korten, ruimte te geven aan de beelden?


--Dat speelde geen rol. Ik zou de gedichten zonder de foto’s precies zo geschreven hebben, alleen gaven de gedichten mij het idee om het over het Jodendom te hebben.


Anderzijds vult u aan wat zich schuilhoudt achter het beeld of zelfs er in, hoe maakte u hierin een keuze, had u meteen een idee welke richting u wou uitgaan? Wat liet zich zoeken en wat wou gevonden worden? --Ik heb een lijstje gemaakt van negen onderwerpen waarover ik graag een gedicht wilde schrijven. Daar hoefde ik niet lang over na te denken. Het tiende gedicht gaat over alle foto’s tegelijk: ‘Visioen’.

Kan je stellen dat uw poëzie een sterk gevoelsmatige draagkracht toevoegt aan de foto’s die dan weer poëzie uitstralen. Zo denk ik bv. aan het gedicht “Naglans” waarin u een eerbetoon brengt aan een ander fotoboek namelijk “ A Vanished World” van Roman Vishniac. Het prachtige vers “ het kind dat ik niet aan kan kijken, wetende van het gas” gaat door merg en been. In hoeverre zijn deze gedichten een behoedzaam oversteken geweest naar betekenis? --Dat soort dingen werken op een niveau van bewustzijn waartoe ik in niet-schrijvende toestand geen toegang heb. Ik weet het niet goed. De door u aangehaalde regel zou je onmogelijk kunnen fotograferen – ergens in dat besef gaat het antwoord op uw vraag schuil. Wat ook meespeelt is autobiografie: ik heb een dochter verloren en die dochter is sindsdien altijd aanwezig in wat ik schrijf. Wat het Jodendom betreft: dat vindt u overal in mijn werk en in die zin zijn de gedichten ook autobiografisch.


In het slotgedicht “ Visioen” vinden we als het ware de oorsprong, de aanvang voor de rest van het boek.

“Het gebeurde aan zee(…)//En op het doorweekte strand/bevonden zich zwarte gedaanten(…)// Z e dartelen zowaar: er hing een ongewone vreugde rond hun/flodderende jassen. We herkennen meteen het speelse van de jongens op de foto’s. Toch eindigt en contrasteert dit met het slot van het gedicht

“En in mijn hoofd floot/de dood een liedje”, het speelse van de wind wordt een liedje van de dood. Was dit het contrast dat het u las in de beelden van Verloes? Een bewuste keuze om te eindigen met dit gedicht? --Dit is het enige gedicht dat rechtstreeks over de foto’s gaat, al die foto’s tegelijk, die fundamenteel een en dezelfde foto zijn. In dat visioen culmineren al mijn anekdotes uit de voorafgaande gedichten, al had het gedicht ook het eerste kunnen zijn. Het contrast vreugde en dood: dat is het Jodendom en Eddy’s foto’s drukken dat schitterend uit.


Wat mogen we in 2021 nog verwachten van u? --Ik heb een roman geschreven, die ook weer een Joods onderwerp heeft, maar ik publiceer die niet voordat ik weer een vrij man ben en kan reizen. Voor de rest verschijnen er regelmatig fragmenten uit mijn dagboek op Doorbraak (nee, ik ben geen Vlaams-nationalist, ze betalen). Dat dagboek zal ooit in boekvorm verschijnen als Bladzijden van een brillenjood.



The river curls around the town


The river curls around the town wordt omschreven als een studioproject dat vooral een mengeling brengt van elektronica en luisterpop. Kunnen jullie vertellen hoe deze samenwerking tot stand kwam?


Onze geschiedenis gaat al heel ver terug. Bart en Jan maken sinds het jaar 2000 allebei deel uit van de rockgroep YEARN’d. De groep werd later omgedoopt tot Gudinöv en is nog steeds actief. In 2003 zou de zanger vader worden en werd het wat kalmer aangedaan. Er was tijd voor een zijproject en toevallig werden Bart en Jan in die periode door een kennis uitgedaagd om nummers te schrijven in een bepaald genre. Dat is uiteindelijk ‘The river curls around the town’ geworden.


De muziek bij het boek werd gemaakt in volle coronacrisis, ieder vanuit zijn respectieve homestudio. Bood deze manier van werken voordelen in de zin dat er misschien meer tijd was voor introspectie? Of was al dat heen en weer mailen eerder frustrerend?


In het verleden schreven we de meeste van onze nummers fysiek samen. Ideetjes die één van ons twee hadden, werden nog niet te ver uitgewerkt omdat we meermaals hebben vastgesteld dat de nummers die we samen schrijven meestal ook beter zijn. Door Corona was het roeien met de riemen die we hebben. Het was wat zoeken maar uiteindelijk hebben we allebei geïnvesteerd in exact hetzelfde opnamemateriaal waardoor we aan elkaars ideeën konden verder werken. Het verfrissende aan deze manier van werken is dat je niet weet wat de andere met het idee gaat doen en dat levert soms leuke en verrassende songs op. Het straffe is dat we erin geslaagd zijn om met deze werkwijze ook onze eigen herkenbare sound te behouden, namelijk een combinatie van elektronica en akoestische gitaren met gezongen nummers en ‘spoken word’ (met Mick Shorter). In die zin zijn we zeker van plan om in post-Coronatijden beide werkwijzen te combineren.


Er werd resoluut voor de Engelse versies van de gedichten gekozen. Is Engels een muzikalere taal in vergelijking met het Nederlands? Vinden jullie meer inspiratie in het Engels? Of heeft het vooral te maken met de samenwerking met Mick Shorter die de spoken word sessies voor zijn rekening nam?


We hebben nog even getwijfeld om ze allebei te doen maar we zaten met een strakke deadline. In dit geval leenden de Engelse teksten zich toch ook meer om op muziek te zetten. De mooie stem van Mick Shorter is in dit project zeker een absolute troef. De manier waarop hij teksten voordraagt, kan je echt bij het nekvel grijpen. In die zin was de keuze wel snel gemaakt. Maar toch schuwen we de Nederlandse taal zeker niet. In het verleden heeft Jan al tal van Nederlandse gedichten op muziek gezet. In de toekomst sluiten we dit zeker niet uit voor The River.


Hoe beginnen jullie concreet aan zo’n project? Gebeurt dit eerder intuïtief of hadden jullie meteen een idee, richting, grondtoon….


We maken al onze nummers op gevoel. Wat doet een situatie of een tekst met ons? Hoe voelen we ons daarbij? Zo kwam er bij het lezen van ‘Vision’ onmiddellijk een speciaal gevoel in ons naar boven dat we dadelijk op muziek gezet hebben. Dat eerste gevoel is eigenlijk van cruciaal belang. Het komt erop neer om dat vast te pakken en dan zitten we dadelijk op het goede spoor. Verder zijn we ook redelijk pragmatisch te werk gegaan. De gedichten van Benno zijn prachtig maar niet elke tekst is zingbaar. We hebben dan een selectie gemaakt in de gedichten: welke zingen we zelf en welke laten we inspreken door Mick?


Jullie soundscapes complementeren de landschappen op de foto’s, dompelen de poëzie in een warm klankbad, drijven op melancholie en dat allemaal met een minimalistische toets. Hoe belangrijk is het om als muzikant te kunnen visualiseren?


Dat zijn nu eenmaal de ingrediënten van ons project. Soundscapes onderstrepen de sfeer waar de minimalistische aanpak van instrumenten de luisteraar de ruimte geeft van interpretatie en doet nadenken in het geheel. Het visualiseren is op zich niet nodig maar helpt wel. Voor dit project hebben we daar wel aandacht aan besteed. De foto’s waren in beide homestudio’s zeer aanwezig. Het gebeurt dan ook dat we zitten te tokkelen terwijl we naar de foto’s kijken en dan krijg je automatisch een bepaalde sfeer. Dan is het zaak om te bekijken welk gedicht verder het beste bij die sfeer past.


Ik vernam dat er plannen zijn om op tournee te gaan?


The river curls around the town is een studioproject en het was nooit onze ambitie om er live mee op te treden. Eddy en Benno hebben ons gevraagd of we het zagen zitten om mee te werken aan een theatervoorstelling waar beeld, zinnen en muziek in elkaar overvloeien. Benno Barnard en Eddy Verloes vertellen en dragen voor. Wij zorgen voor de muziek. Dichter-schrijver en voormalig VRT-journalist Geert van Istendael leidt de avond in goede banen. Dat concept zagen we helemaal zitten! De voorstelling zal in 2022 en 2023 langs de Vlaamse Culturele centra touren en wij kijken er enorm naar uit!

Interview : Steven Van Der Heyden


Buiten zinnen - Losing Our Minds


uitgave Poëziecentrum

prijs : 22,5 euro

ISBN : 978 - 90 - 5655 - 289 - 3


Eddy Verloes

The river curls around the town

Poeziecentrum





steering_wheel-512_edited_edited.png