• Tania Verhelst

bomen zwerven niet

fragment


IV

bomen werpen hun vruchten af als onvoorspelbare moeders

en wij benijden hen voor het verlies aan gewicht

wij snijden onze namen in hun schors opdat we zouden blijven duren

in het ongewisse van wat er van het duren wordt

het verkleuren, het verdorren, het langzaam uit elkaar groeien


jaar na jaar leggen wij ringen als geloften af

halen onze armen uit elkaar, ontbotten in vingers in loof in sintels licht

geven namen aan wat geen naam heeft, vertrouwen ons toe aan wat hier en onomkeerbaar is

spalken onze vleugels, zo precies en nauwgezet dat wij nooit meer zullen vliegen

ons louter hullen in dit skelet van woud


laten op goed geluk onze beenderen vallen als de stengels van een duizendblad

goed wetende dat de lijnen duiden op een lot of een plot dat alleen in onze handen ligt besloten

de mijne zien eruit als prikkeldraad – komt slechts voor bij nerveuze types en op slag word ik nerveus

geef mij over aan cirkelredeneringen hoewel geen cirkels mijn handen kunnen boeien

prevel Pfeijffer: ik ben een mens ik heb geen naam dan alle namen die mij heten

ik ben het blad van een boom dat zijn kruin is vergeten


uit het openingsgedicht van de nieuwe bundel: 'bomen zwerven niet'


  • Facebook