• Roer

Toeschouwers worden overlevers

In gesprek met Herman Leenders


Over achterdochtige ontmoetingen, opsmuk en vertoon, de roes en de kater. Over de mens als speelbal en God aan de biljarttafel.


foto: Willy Vynck

Het jaar van de pandemie was nogal bewogen, om het zacht uit te drukken. Jose Saramago schreef een bekende roman over een pandemie, de stad der blinden. Waarmee hij in ruimere zin ook onze blinde vlek belicht. Zal deze gebeurtenis ons blikveld verruimen? Wat blijft bij? Welke invloed heeft dit op jouw leven (schrijven / denken …)? Plots stelden wij vast dat de ander een bedreiging kon zijn, een besmetter en niet alleen maar een geliefde, een dierbare of een vriend. Op papier waren we dezelfden, als personages in een verhaal, maar als we elkaar lijfelijk ontmoetten waren we op onze hoede. Achteraf kon je jezelf erop betrappen dat je de ontmoeting evalueerde. Hoeveel risico had je gelopen? En was die ontmoeting dat risico waard? Elke ontmoeting kreeg ook een schaduwzijde. Het was/is een claustrofobische tijd en we hopen vlug weer de achterdocht en de smetvrees achter ons te laten. Maar het was ook een tijd met minder afleiding, met een verhevigde concentratie en dat kan lonend zijn voor een schrijver.

Ark van Noë uit jouw bundel Overstekend wild is zo een gedicht waar je veel kan aan vastknopen en

waar je niet helemaal vat op krijgt. Zoals dat hoort.



het moet niet te mooi

worden, niet te zwart-wit

of te strak in het gelid


de dood poseert niet

gewillig voor de camera

alleen opgesmukt en getooid


met draperieën en vaandels


De dood poseert niet gewillig voor de camera en smukt zich op. Overtroeven we de dood met opsmuk en vertoon?



Opsmuk en vertoon horen bij de rituelen die de dood zin of betekenis moeten geven en op die manier kunnen troosten. Orde scheppen is controle hebben over de dingen. Dat zie je goed op de foto waarop dit gedicht is geïnspireerd. Het is een foto uit 1928 gemaakt naar aanleiding van de herbegrafenis van gesneuvelden uit de eerste wereldoorlog. De chaos van de oorlog is ondertussen veranderd in structuur en protocol. Je ziet dit duidelijk aan de opstelling: geen improvisatie op deze foto maar een strakke enscenering met rechte lijnen en uniformen. Alleen het reclamepaneel in de rechterbovenhoek van de foto doorbreekt dat. Dat was voor mij ook de deur naar dit gedicht. Ook ik probeer met dit gedicht de herinnering nog even wat structuur te geven, tegen beter weten in. Ik schrijf een ander, illusielozer en kritischer verhaal maar nog altijd een in memoriam.

Vlaggen en gebeden kan je niet los zien van onze vaderlandse geschiedenis. Nu staan de kerken leeg. Waar geloof je zelf in, als sterveling?


Ik geloof dat de mens tot goede en mooie dingen in staat is, maar evengoed tot vreselijke dingen. Ook de goede mens moet zijn donkere kanten erkennen en op die manier neutraliseren. Daarom interesseert de andere kant van de medaille mij telkens opnieuw, niet alleen de droom maar ook de desillusie, niet alleen de roes maar ook de kater. Ook al weten we dat het niet zo is, we leven alsof we onsterfelijk en onkwetsbaar zijn. Vroeger werden we vanop de kansel herinnerd aan de eindigheid, nu houden we de sterfelijkheid liefst buiten beeld of op afstand maar dat doet haar niet verdwijnen.

En dan betrek je dit op de poëzie en pleit je voor de eenvoud? Bloed is rood, dood is dood en daarmee uit?


In dit gedicht pleit ik voor wat minder barok en minder poëzie maar dat wordt toch ook gelogenstraft door het gedicht dat strak in de pas loopt. Het lijkt ongepast om al te lyrisch te zijn bij zoveel oorlogsleed maar ondertussen is dat verdriet van honderd jaar geleden en hervallen we in onze oude gewoontes. Poëzie keert telkens opnieuw terug, net zoals je mensen niet kunt verbieden om te zingen.


Wat verwacht je van (goede) poëzie?


Dat poëzie weet te raken. Heel subjectief en voor iedereen verschillend, ik weet het, maar waarom zou je anders poëzie willen lezen?

Enkelen worden door Noë uitverkoren voor een trip met de ark. God laat de rest verdrinken. Die hele zondvloed is (symboliek of niet) in zekere zin de grootste genocide ooit, de totale uitroeiing van een zondige soort. Maar je schenkt meer genade. Wie staat, leefde voort. Wat opvalt zijn de twee tijden. Wat nu is, was altijd al zo.


Wie staat, heeft de oorlog overleefd, kan erover vertellen, heeft geluk gehad, is uitverkoren door Noë voor de Ark en mag nog een tijdje verder leven. Wie in de oorlog gesneuveld is, ligt neer en zwijgt. Het horizontale van een dode is altijd heel confronterend. Het schokt ons als een voetbalspeler op de grasmat blijft liggen of als een verkeersslachtoffer op de straat ligt. Toeschouwers worden dan overlevers.


De overlevers worden gespaard. Darwin meets God.


Een mooie vaststelling maar deze selectie heeft geen doel. Het is eerder willekeur. Pech of geluk. Het is God die biljart speelt.


Zijn alleen zij (de overlevers) uitverkoren?


Tenzij je gelooft in een wereld na de dood zijn de overlevers er het best aan toe. Zij kunnen tenminste nog herdenken. Daarom zing ik in het gedicht ‘Stamboom’ de lof van het puin en van mijn grootvader “te jong om te sterven/met de goede moed van een kind begonnen aan zijn eeuw”.


goed nieuws

het bleef donker achter de ramen

we drukten ons oor tegen de parlofoon

– verwachtten wij de zee te horen, die onvermoeibare zee? –

het bleef stil, we liepen de straat op

keerden op onze stappen terug


lees meer

Wie het nieuws volgt kan er niet omheen, slecht nieuws overheerst. Het klimaat, de Palestijnse kwestie, een pandemie, terreur. Af en toe duikt er gemoedelijk nieuws op. De terugkeer van de wolf of dat de terrassen aan zee weer volstromen met dagtrippers. Wat is voor jou het beste (betere) nieuws van het voorbije jaar?

De vaccins die op korte termijn ontwikkeld werden en die ons weten te beschermen, dat was uiteraard heel goed nieuws! De mens is toch in staat gebleken om met vereende krachten (van wetenschappers tot vrijwilligers) vlug een antwoord te bieden. Dat is ooit anders geweest, bijvoorbeeld in het geval van de pest of het Sint-Antoniusvuur. Als we de klimaatproblemen op dezelfde manier aanpakken, lukt het misschien nog om tijdig een oplossing te vinden.

Hier verwacht je goed nieuws van de zee, met het oor aan de parlofoon. Een origineel beeld. En dan duikt er een bijsluiter op met een nevenverschijnsel. Op welk goed nieuws wordt hier gewacht?


Dat mag je zelf invullen. In dit gedicht is er nog hoop, zoals er ook hoop is voor wie uitverkoren is voor de Ark van Noë.

Biljart


God speelt drieband. Hij houdt van

het droge tikken van de ballen

in de lege gelagzaal.

Hij gebruikt mij om jou te treffen.


lees meer

uit: 'Speelgoed', 2000.

‘God speelt drieband’ was ook de titel van jouw roman. Biljart, een spel van stoten en botsen en het gewenste effect. Volgens welke wetten benaderen wij elkaar?


Als we dit gedicht mogen geloven dan is de mens slechts een speelbal in de handen van God. Hij stuurt ons aan en misschien weet hij zelf ook niet hoe het uit zal draaien: wie stoot wie aan en hoe zal het vervolgens aflopen? Als de ballen weer stilliggen is hij klaar voor de volgende stoot. Waarom speelt een biljarter? Om zich te ontspannen? Om te zien of wat hij voor ogen had ook werkelijk gebeurt?


3 citaten over aantrekkingskracht die hierbij aansluiten. In welke kan je je het meest herkennen en waarom?

“The power of a glance has been so much abused in love stories, that it has come to be disbelieved in. Few people dare now to say that two beings have fallen in love because they have looked at each other. Yet it is in this way that love begins, and in this way only.”

Victor Hugo, Les Misérables

“The problem with human attraction is not knowing if it will be returned.”

Becca Fitzpatrick, Hush, Hush

“He liked her; it was as simple as that.”

Nicholas Sparks, The Last Song


Ik heb het moeilijk om achter één van deze citaten te gaan staan. Dat van Victor Hugo refereert aan de romantische liefde, de liefde op het eerste gezicht. Dat van Sparks is nuchter en registrerend en dat van Fitzpatrick is dramatisch. Deze scenario’s zijn alle drie plausibel. Ze zijn complementair. Je kunt ze gemakkelijk in één mensenleven waarmaken en je kunt er bovendien nog andere bedenken. Liefde is, net als ontrouw, een begrip met rekbare definities.


Tot slot. Wat ligt er nog voor de boeg?


Een nieuwe bundel, daar werk ik op dit ogenblik aan en voortleven, dag na dag.

Herman Leenders


interview: Wim Vandeleene




steering_wheel-512_edited_edited.png