• Luc C Martens

47


nergens werden we meer bekeken, nergens

werden we meer verdreven, boden golfbrekers

zo weinig bescherming


dan die zomer toen ik je hand vasthield

in de vloed. we lachten, luidkeels, struikelden,

gleden uit over zeewier, lachten nog luider


met de vastzittende rolstoel, de zonnepet

die wegvloog, de veel te strakke zwembroek

en de plastiek slippers met margrietjes

ik groef een put met een zitbank, verborg jou

en mijn bloedende schaamte in een kasteel met

torens, kantelen, een brede wal met diep water


tegen die zelfverklaarde sixpacks die op hun strand

ons en de meeuwen verjaagden, niet wisten

hoe een zandkasteel te onderhouden


jouw slippers waren te koop tussen de papieren bloemen




uit de reeks Gruis





  • Facebook